Welkom bij de werkgroep kleuterscholen Vlaanderen
Contacteer ons

« Terug naar het overzicht
Bekijk ook de andere punten:           Lestijdenpakket Subsidiëring van het kleuteronderwijs Scherpe maximumfactuur van 20 euro Vergeten groep Zomerklassen Kinderverzorgster in de kleuterklas Administratieve ondersteuning Leerplicht vanaf 5 jaar Onduidelijkheid inzake gok en zorgcoördinatie Kleuterscholen zijn niet vertegenwoordigd in het overleg

2. WERKINGSBUDGET


2A. Basiswerkingsbudget

Momenteel ontvangt een kleuterschool voor 1 kleuter op 3 geen (€ 0,00) subsidie.
In het "Jaar van de Kleuter" (2007-2008) is de subsidiëring van het kleuteronderwijs ongewijzigd gebleven.
De basisschool ontvangt gemiddeld voor een kleuter € 222 per jaar minder dan voor een leerling lager onderwijs.
In het basisonderwijs wordt aan elke school een aantal punten toegekend. Voor elk punt staat een bedrag dat jaarlijks herberekend wordt.

In het basisonderwijs wordt aan elke school een aantal punten toegekend. Voor elk punt staat een bedrag dat jaarlijks herberekend wordt.

Basisprincipe:
voor een kleuter ontvangt de basisschool 6 punten.
voor een leerling ontvangt de basisschool 8 punten.

Schaal 1: met omrekeningscoëfficiënt 0,8848 (teldag = eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar)

Het aantal kleuters wordt omgezet met de omrekeningscoëfficiënt en dit voor
* Lestijden
* Subsidiëring

Dit wil zeggen dat de 6 punten voor een kleuter ook omgerekend moeten worden met deze omrekeningscoëfficiënt.

6 X 0.8848 = 5.30

CONCLUSIE

Voor een leerling lager onderwijs ontvangt de school 8 punten
Voor een kleuter ontvangt de school slechts 5,30 punten

Als een lagere school een leerling telt voor 100 % dan telt een kleuter voor 66 %

ANDERE FORMULERING

1 kleuter op 3 ontvangt geen subsidie!

Bij elke verhoging van de subsidies wordt het verschil tussen de kleuter- en de lagere school groter.

Toch hebben kleuterscholen meer onkosten dan lagere scholen en ontvangen 33 % minder werkingstoelagen. De meerkost wordt veroorzaakt door de verbruiksgoederen, de klasinrichting, het loon van het poetspersoneel, de inrichting en het onderhoud van de speelplaatsen, het dure ontwikkelingsmateriaal.
Door deze onderfinanciering zijn vele kleuterscholen en kleuterspeelplaatsen nog niet volledig gerenoveerd. Dit omwille van acuut geldgebrek.

VRAAG VAN DE WERKGROEP KLEUTERSCHOLEN VLAANDEREN

De kleuterscholen vragen een gelijke financiering voor alle kleuters net zoals voor de leerlingen van het lager onderwijs.
Aan deze voorhistorische toestand moet een eind gemaakt worden.
Voor scholenbouw is zelfs een inhaaloperatie dringend noodzakelijk.
Onderstaande grafiek laat het verschil zien wat een basisschool voor een leerling van de lagere school ontvangt en wat ze voor een kleuter ontvangt.

Werkgroep Kleuterscholen Vlaanderen

2B. Bijkomende subsidie volgens leerlingkenmerken

Bovenop het basisbudget krijgt een school bijkomende subsidies per kleuter wanneer die kleuter beantwoord aan onderstaande criteria.

14% van het het totale werkingsbudget van de kleuterscholen in Vlaanderen wordt gescheiden van de rest.

Het percentage van het deelbudget dat voor leerlingenkenmerken uitgetrokken wordt, ten opzichte van het totaal van dat deelbudget, noemen we de bandbreedte. In het deelbudget van het gewoon basisonderwijs nemen we in 2009 14% voor extra werkingsmiddelen op basis van leerlingenindicatoren. Dit percentage neemt jaarlijks toe met 0,1875% tot 15,5% in 2017.

Het aldus gevormde bedrag wordt in het basisonderwijs gelijk over de vier leerlingenindicatoren verdeeld. In het secundair onderwijs is 10% van de bandbreedte bestemd voor de indicator buurt en wordt de resterende 90% gelijk over de drie overige indicatoren verdeeld.
De leerlingenkenmerken gelden niet voor het buitengewoon onderwijs.
Dan worden deze 14 % aan de scholen uitgekeerd na berekening afhankelijk van de leerlingenkenmerken. Deze 14 % zorgt op het terrein voor verschillen tot 107 %.

Kan iemand ons uitleggen waarom de verschillen per school zo groot moeten zijn? Is hier geen sprake van discriminatie?

Behalve subsidie is ook de verdeelsleutel zeer discriminerend.
Spreekt het gezin een andere taal: +38%
Opleidingsniveau moeder laag: +25%
Schooltoelage voor gezin: +23%
Woont in bepaalde wijk: +21%
Bij samenvallende criteria: +107% meer werkingsbudget voor die kleuter

In de volgende grafiek is de extra subsidie gebaseerd op deze leerlingkenmerken uitgetekend.
Werkgroep Kleuterscholen Vlaanderen

De basissubsidie in het kleuteronderwijs bedraagt € 434,82.
Dit bedrag blijft de volgende jaren gelijk.
Bijkomende subsidie volgens leerlingkenmerken:

Andere taal in het gezin: € 177

Opleidingsniveau moeder € 111

Schooltoelage € 107

Wijk met veel kinderen met schoolachterstand € 92

TOTAAL € 487

Dit bedrag zal de volgende jaren steeds maar stijgen.

De compensatie voor kinderen uit een lagere sociale klassen kan meer zijn dan de totale subsidie van een kleuterschool. Dit noemt men "overcompensatie" waardoor de ongelijkheid nu tussen de scholen onderling ontstaat.


CENTRUM VOOR GELIJKE KANSEN

De "Werkgroep Kleuterscholen Vlaanderen" heeft omwille van de grote verschillen op het terrein een klacht ingediend bij het centrum voor gelijke kansen en racismebestrijding.
De klacht is nog in behandeling.

De brief die gestuurd is:

Geachte Heer De Witte,

De "Werkgroep Kleuterscholen Vlaanderen" heeft een klacht ingediend wegens discriminatie van de ene kleuter ten overstaan van de andere via een discriminerende verdeelsleutel van het werkingsbudget in het kleuteronderwijs.

Mogen wij aandringen op een behandeling van een melding die op het terrein voor een discriminatie zorgt waar een grote groep kleuters rechtstreeks de gevolgen van draagt.

Wij willen graag uitleggen waarom wij vinden dat de ene kleuter ten overstaan van de andere gediscrimineerd wordt.

Welke argumentatie hanteert de "Werkgroep Kleuterscholen Vlaanderen"?

Het werkingsbudget bestaat uit een bedrag schoolkenmerken en een bedrag leerlingkenmerken.

Wanneer een kleuter opgroeit in een gezin waar een andere taal gesproken wordt ontvangt de school voor deze kleuter 38 % meer werkingsbudget.

Wanneer een kleuter opgroeit in een gezin waar de moeder een laag opleidingsniveau heeft ontvangt de school voor deze kleuter 25 % meer werkingsbudget

Wanneer een gezin voor een kleuter een schooltoelage ontvangt, ontvangt de school voor deze kleuter 23 % meer werkingsbudget

Wanneer een gezin woont in een bepaalde wijk, ontvangt de school voor deze kleuter 21 % meer werkingsbudget.

Aangezien deze criteria kunnen samenvallen zijn er ook kleuters waar de school 38 % + 25 % + 23 % + 21 % = 107 % meer werkingsbudget voor ontvangt.

Daar de kostprijs van een kleuter in de school bepaald wordt door kosten van gebouwen, kosten van onderhoud, kosten voor leerboeken en schoolbehoeften, kosten voor energie en water, ... is niet duidelijk waarom voor bepaalde kleuters meer werkingsbudget uitgekeerd wordt.

Zijn niet alle Vlaamse kleuters evenveel waard?

Wordt hier geen groep van personen gediscrimineerd op basis van afkomst, geboorte, vermogen en sociale afkomst?

Steeds bereid tot het geven van verdere toelichting,
Met de meeste hoogachting,

De "Werkgroep Kleuterscholen Vlaanderen"

IN DE BELEIDSVERKLARING VAN PASCAL SMET LEZEN WE:

Ik zal de omkadering voor het basis- en secundair onderwijs tegen 1 september 2011 hervormen.
Doordat de GOK-uren geïntegreerd worden in de reguliere omkadering van het basis- en het secundair onderwijs komt er een geïntegreerd en transparant omkaderingssysteem waarin scholen extra middelen krijgen voor leerlingen die aan de indicatoren van onderwijskansarmoede voldoen. Ook de middelen voor Rand en Taal worden geïntegreerd in dat omkaderingssysteem.
Ik wil ervoor zorgen dat het basis- en secundair onderwijs systematisch rekening houden met factoren van achterstelling van leerlingen. Het is evident dat ik voor de omkadering dezelfde indicatoren van onderwijskansarmoede (thuistaal, opleidingsniveau moeder, woonplaats en schooltoelage) zal gebruiken als deze die gelden voor de berekening van het werkingsbudget. Op die manier wordt thuistaal een onafhankelijke indicator in de berekening van de omkaderingsmiddelen.
Daardoor zal ook de planlast voor de scholen verminderen en zullen scholen hun omkadering beter kunnen aanpassen aan hun concrete situatie.

DE WERKGROEP KLEUTERSCHOLEN VLAANDEREN VRAAGT DRINGEND OVERLEG OVER EEN EVENTUELE BIJSTURING VAN DEZE GEPLANDE MAATREGELEN.

WORDT HIER HET DOEL NIET VOORBIJGESTOKEN DOOR OVERCOMPENSATIE?

WIJ RADEN DE PARLEMENTSLEDEN AAN OM DE WERKINGSTOELAGEN VAN DE INDVIDUELE SCHOLEN SAMEN MET DE AANTALLEN VAN KLEUTERS EN LEERLINGEN OP TE VRAGEN;

U ZAL ZIEN DAT DE VERSCHILLEN SIGNIFICANT en OVERDREVEN GROOT ZIJN
site by Lunatis